Guide

Na 30 jaar koude kalkoen gestopt: het verhaal van Peter Janssen

7 min read Updated March 29, 2026

Dertig jaar. Zo lang heb ik gerookt. Van mijn drieentwintigste tot mijn drieenvijftigste. Dat zijn meer dan elfduizend dagen, meer dan tweehonderdduizend sigaretten, meer dan ik wil uitrekenen aan geld. Ik ben Peter Janssen uit Utrecht, en op 1 september 2025 heb ik mijn laatste sigaret gerookt. Koude kalkoen. Geen pleisters, geen kauwgom, geen medicijnen. Gewoon stoppen. En ik sta hier nog.

Laat me je meenemen naar het begin, want dat hoort bij het verhaal. Ik begon met roken in 1995, tijdens mijn studietijd aan de Universiteit Utrecht. Geschiedenis, als je het wilt weten. De studentensociëteit was een rookhol, iedereen rookte, en als je mee wilde doen met de gezelligheid, dan rookte je mee. Het was een ander tijdperk. Roken was nog gewoon. De asbakken stonden op elke tafel in elk cafe, en niemand keek je er scheef om aan.

Ik rookte Gauloises in het begin, omdat dat intellectueel leek. Later schakelde ik over op Lucky Strike, en de laatste vijftien jaar rookte ik Pall Mall. Niet uit smaakvoorkeur, maar vanwege de prijs. Want roken werd elk jaar duurder, en mijn portemonnee voelde het.

Op mijn hoogtepunt rookte ik anderhalve pakje per dag. Dertig sigaretten. Ik stak de eerste op bij het ontbijt, voor ik de deur uitging naar mijn werk als docent geschiedenis op een middelbare school. Tussendoor rookte ik in de pauze op het schoolplein, in een hoekje achter het fietsenhok, samen met de conciërge en een collega van wiskunde. Na school rookte ik op de fiets naar huis, wat eigenlijk levensgevaarlijk is als je erover nadenkt. En ‘s avonds op de bank, bij het journaal, bij een boek, bij een glas wijn.

Mijn vrouw Ingrid rookte vroeger ook, maar zij was in 2016 al gestopt. Met nicotinepleisters, in haar geval. Zij begreep dus wat ik doormaakte, maar ze begreep ook niet waarom ik het niet kon. “Ik heb het toch ook gedaan,” zei ze soms. Dat hielp niet altijd, want iedereen is anders. Maar ze had een punt: het kon wel.

Ik heb vier keer eerder geprobeerd te stoppen. Vier keer. De eerste keer in 2008, met kauwgom. Hield het twee weken vol. De tweede keer in 2012, met pleisters. Drie weken. De derde keer in 2017, weer koude kalkoen, en ik haalde tien dagen. De vierde keer in 2020, tijdens de eerste lockdown, toen ik dacht: nu heb ik alle tijd en rust. Ik hield het vijf weken vol, de langste periode ooit, en toen begonnen de scholen weer open te gaan en was de stress terug. En daarmee de sigaretten.

Na elke mislukte poging voelde ik me meer een verliezer. Ik was een man die dertigers lesgaf over de veerkracht van historische figuren, over mensen die oorlogen en epidemieen hadden overleefd, en ik kon niet eens stoppen met roken. Die tegenstelling knaagde aan me.

Wat er veranderde in de zomer van 2025, was niet een dramatisch moment. Geen hartaanval, geen diagnose, geen sterfgeval. Het was iets kleins. Ik stond op een zaterdagochtend bij de Albert Heijn aan de Twijnstraat, en ik zag mijn spiegelbeeld in de etalage. Een man van drieenvijftig met een gele huid, dunner wordend haar, en een sigaret in zijn mond. En ik dacht: wie is dat? Want dat was niet de man die ik wilde zijn. Dat was niet de man die Ingrid had leren kennen. Dat was niet de vader die mijn zoons Bas en Thomas verdienden.

Ik besloot het nog een keer te proberen. Maar dit keer anders. Niet impulsief, niet vanuit emotie, maar met een plan. Ik las alles wat ik kon vinden over stoppen met roken. Onderzoeken, ervaringsverhalen, strategieen. En ik kwam tot de conclusie dat koude kalkoen voor mij de juiste methode was. Niet omdat het de makkelijkste is, want dat is het absoluut niet. Maar omdat ik wist dat nicotinevervanging bij mij de afhankelijkheid alleen maar verlengde. Ik wilde er in een keer vanaf. Schoon schip.

Ik koos 1 september als stopdatum. Het begin van het schooljaar. Een nieuw begin, letterlijk en figuurlijk. De weken ervoor bereidde ik me voor. Ik vertelde het aan Ingrid, aan Bas en Thomas, aan mijn collega’s. Niet voor goedkeuring, maar voor verantwoording. Als iedereen het weet, kun je niet stilletjes weer beginnen.

Ik ruimde het huis op. Alle asbakken weg. Alle aanstekers weg. De geur van rook liet ik uit de gordijnen wassen. Ik kocht een grote doos pepermuntjes en een pak kauwgom. Ik downloadde een app op mijn telefoon die bijhield hoeveel dagen ik rookvrij was en hoeveel geld ik bespaarde. En ik schreef in een notitieboekje waarom ik wilde stoppen. Tien redenen, in mijn eigen handschrift. Dat boekje droeg ik de eerste maanden overal bij me.

De eerste dag was verrassend dragelijk. Misschien door de adrenaline, het gevoel van “nu gaat het echt gebeuren.” Dag twee was moeilijker. Dag drie was de hel.

Ik overdrijf niet. Op dag drie voelde ik me alsof ik griep had. Hoofdpijn, misselijkheid, spierpijn, een kort lontje. Ik beet Ingrid af bij het ontbijt om iets onbenulligs. Ik kon me niet concentreren op de lesvoorbereiding. Mijn handen trilden. Ik had momenten waarop ik letterlijk in mijn auto zat, met de sleutel in het contact, klaar om naar het tankstation te rijden voor een pakje sigaretten. Maar ik pakte mijn notitieboekje en las mijn tien redenen. En ik bleef zitten.

De eerste twee weken waren de zwaarste van mijn leven. Zwaarder dan mijn examens, zwaarder dan het solliciteren, zwaarder dan wat dan ook. De fysieke ontwenningsverschijnselen waren erg, maar het ergste was de mentale strijd. Die stem in mijn hoofd die zei: “Eentje kan geen kwaad. Je hebt het verdiend. Je kunt morgen weer stoppen.” Die stem is een leugenaar, en dat wist ik, maar hij was overtuigend.

Wat me erdoorheen hielp, was bewegen. Ik begon te wandelen. Niet joggen, want daar was mijn conditie te slecht voor. Gewoon wandelen. Elke avond na het eten, een uur door de wijken van Utrecht. Langs de grachten, door het Wilhelminapark, over de Maliebaan. Het gaf me iets om te doen in plaats van roken. Het verlaagde mijn stressniveau. En het hielp bij het slapen, wat de eerste weken een probleem was.

Mijn collega Kees, de wiskundeleraar die ook rookte, keek me de eerste weken bezorgd aan. “Gaat het?” vroeg hij elke ochtend. Ik was eerlijk. “Nee, het gaat niet. Maar ik ga door.” Na drie weken kwam hij naar me toe en zei: “Peter, je ziet er beter uit. Je huid heeft kleur.” Dat was het eerste concrete teken dat het werkte, en het gaf me een enorme boost.

Na een maand begon het makkelijker te worden. De fysieke symptomen waren grotendeels weg. De trek kwam nog, maar in golven, en de golven werden korter en minder intens. Ik leerde ze te herkennen en te laten passeren. Als een golf kwam, dronk ik een glas water, deed ik tien diepe ademhalingen, of pakte ik mijn notitieboekje. Na drie tot vijf minuten was de golf voorbij. Altijd.

De echte test kwam op Thanksgiving, of eigenlijk, onze Nederlandse equivalent: de grote familieverjaardag in november. Mijn schoonvader werd tachtig, en het hele gezin kwam samen in een zaaltje in Amersfoort. Er waren rookpauzes buiten, en ik zag de sigaretten de hele avond. Mijn neef Dirk bood me er eentje aan. “Ach, Peter, eentje op zo’n avond.” Ik zei nee. Het was de eerste keer dat ik nee zei in een sociale situatie, en het voelde alsof ik een berg had beklommen.

Nu, bijna zeven maanden later, ben ik rookvrij. Ik wandel nog steeds elke avond, maar nu jog ik af en toe een stukje. Mijn longinhoud is merkbaar beter. De schoolarts zei bij de jaarlijkse keuring dat mijn bloeddruk er goed uitzag. Mijn huid is helderder. Mijn tanden zijn witter. En ik ruik niet meer naar rook, wat volgens Ingrid het beste cadeau is dat ik haar ooit heb gegeven.

Financieel heb ik in zeven maanden meer dan 2.000 euro bespaard. Dat geld gaat naar een nieuwe racefiets, mijn andere passie naast geschiedenis. Thomas heeft me voor Kerstmis een fietsshirt gegeven met de tekst “Rookvrij sinds 2025.” Ik draag het met trots.

Koude kalkoen is niet voor iedereen. Ik begrijp dat. Het is hard, het is pijnlijk, en het vereist een vasthoudendheid die soms onmenselijk voelt. Maar voor mij was het de enige manier. Omdat ik wist dat ik anders altijd een krukje zou hebben. Altijd een excuus om niet echt los te laten. Door koude kalkoen te gaan, dwong ik mezelf om het volledig onder ogen te zien. De verslaving, de gewoonte, de emotionele afhankelijkheid. Alles tegelijk.

Mijn advies aan iedereen die overweegt om koude kalkoen te stoppen: bereid je voor. Kies een datum, vertel het aan mensen, ruim je huis op, schrijf je redenen op. En weet dat de eerste twee weken verschrikkelijk zijn, maar dat het daarna beter wordt. Elke dag een beetje beter. En op een dag, en die dag komt sneller dan je denkt, word je wakker en realiseer je je dat je niet als eerste aan een sigaret hebt gedacht. Dat is het moment waarop je weet dat je het gaat redden.

Ik ben Peter Janssen. Dertig jaar roker. Nu rookvrij. En het voelt alsof ik eindelijk wakker ben geworden.