Annemarie Mulder stopte op haar 36e met Champix na 13 jaar roken
Ik rookte mijn eerste sigaret op mijn drieentwintigste, achter de sporthal waar ik net een wedstrijd handbal had gespeeld. Een teamgenote bood me er eentje aan, en ik dacht: waarom niet? Ik was fit, ik sportte vier keer per week, eentje kon geen kwaad. Dat was dertien jaar geleden. In die dertien jaar ging ik van “af en toe eentje” naar een pakje per dag, van fit sportmeisje naar hijgende moeder die de trap op moest om haar kinderen in bed te leggen.
Ik ben Annemarie Mulder, 36 jaar, uit Tilburg. En dit is het verhaal van hoe Champix me hielp om eindelijk de roker in mij te laten sterven, zodat de moeder, de vrouw, en de vriendin konden opbloeien.
Het ging geleidelijk, zoals het altijd gaat. De eerste maanden rookte ik alleen in het weekend, bij het uitgaan, in de kroeg op de Heuvelstraat in Tilburg. Een paar sigaretjes bij een biertje, meer niet. Maar binnen een half jaar rookte ik ook doordeweeks. Eerst alleen ‘s avonds, dan bij de lunch, dan bij de koffie. Mijn merk was L&M, later Marlboro Gold. Het maakte niet uit. Het was de nicotine die telde, niet het merk.
Tegen mijn zevenentwintigste rookte ik vijftien tot twintig sigaretten per dag. Ik werkte als verpleegkundige in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis, en de ironie daarvan ontging me niet. Ik zorgde voor patienten met longkanker, emfyseem, COPD, en tussendoor ging ik naar buiten om een sigaret op te steken. Mijn collega’s die rookten, begrepen het. Mijn collega’s die niet rookten, keken me aan met die mengeling van medelijden en onbegrip die rokers maar al te goed kennen.
In 2020 werd ik zwanger van mijn eerste kind, Noah. Ik stopte onmiddellijk. Geen hulpmiddelen, niets. De motivatie was totaal: ik ging mijn ongeboren kind niet vergiftigen. En het lukte. Negen maanden lang rookte ik niet. Ik dacht dat ik genezen was. Dat de zwangerschap me had bevrijd.
Drie maanden na de bevalling, uitgeput van de slapeloze nachten, overweldigd door het nieuwe moederschap, stak ik er weer eentje op. Ik stond in de achtertuin, Noah sliep eindelijk, en ik voelde die vertrouwde opluchting. Die vreselijke, verraderlijke opluchting. Binnen een week rookte ik weer een half pakje per dag. Binnen een maand was ik terug op mijn oude niveau.
De schaamte was enorm. Ik was verpleegkundige, ik wist precies wat roken met je lichaam doet. Ik was moeder, ik wist wat tweedehands rook met een baby kan doen. En toch rookte ik. Ik waste mijn handen na elke sigaret, ik trok een jas aan die ik buiten liet hangen, ik poetste mijn tanden voor ik Noah oppakte. Allemaal rituelen om de schaamte te hanteren, niet om het probleem op te lossen.
In 2023 werd ik zwanger van mijn tweede kind, Fenna. Weer stopte ik direct, en weer lukte het de hele zwangerschap. En weer begon ik na de bevalling opnieuw. Hetzelfde patroon, dezelfde schaamte, dezelfde terugval. Mijn man Ruben zei er weinig over, maar ik zag het aan zijn ogen. Die teleurstelling. Niet boos, nooit boos. Maar teleurgesteld. En dat was erger.
Het keerpunt kwam in mei 2025. Noah was vier en ging voor het eerst naar een vriendje spelen. De moeder van dat vriendje, een vrouw die ik niet goed kende, stond bij de deur toen ik Noah ophaalde. “Ruikt hij naar rook?” vroeg ze, terwijl ze aan Noahs jasje snuffelde. Het was niet vijandig bedoeld, denk ik. Maar het voelde als een klap in mijn gezicht. Mijn kind rook naar rook vanwege mij. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen, ondanks het handen wassen en de buitenjas, rook mijn kind naar rook.
Die avond huilde ik. Niet stilletjes, maar echt huilen. Ruben hield me vast en zei: “Laten we dit samen aanpakken.” En voor het eerst in jaren voelde ik me niet alleen met dit probleem.
De volgende week had ik een afspraak bij de praktijkondersteuner van onze huisartsenpraktijk. Ze was gespecialiseerd in stoppen met roken en had een nuchtere, Brabantse aanpak die me goed lag. “Annemarie, je bent twee keer gestopt en twee keer teruggevallen. Dat betekent niet dat je zwak bent. Dat betekent dat je een sterke verslaving hebt die meer nodig heeft dan wilskracht alleen.”
We bespraken de opties. Omdat ik niet meer zwanger was of borstvoeding gaf, was het hele spectrum beschikbaar. Ze adviseerde Champix, omdat het bewezen effectief is bij mensen die eerder zijn teruggevallen. Ze legde het werkingsmechanisme uit: varenicline bindt zich aan de nicotinereceptoren in de hersenen, waardoor de trek vermindert en het effect van nicotine bij eventueel roken wordt geblokkeerd. Het was alsof je een slot verandert zodat de oude sleutel niet meer past.
Ik begon met Champix op 2 juni 2025. Het opbouwschema was duidelijk: langzaam opbouwen in de eerste week, daarna de volledige dosis. Mijn stopdatum was 13 juni, het begin van de tweede week. Tot die datum mocht ik nog roken, en dat deed ik, maar met een vreemd gevoel. Want de sigaretten begonnen al minder te geven. Op dag vijf of zes rookte ik er eentje na de lunch en dacht: dit smaakt naar niets. Het was alsof iemand de kleur uit het roken had gehaald.
Op 13 juni rookte ik mijn laatste sigaret. Het was een vrijdag, en Ruben had de kinderen meegenomen naar zijn ouders zodat ik een rustig weekend had om de eerste dagen door te komen. Dat was zijn idee, en het was briljant. Want de eerste dagen waren lastig. Niet fysiek, de Champix ving de ergste trek op, maar emotioneel. Ik voelde me leeg, alsof er iets ontbrak. Alsof ik afscheid had genomen van een vriend, een giftige, destructieve vriend, maar toch iemand die er altijd was geweest.
Die eerste weekend verhuisde ik de tuin. Letterlijk. Ik groef, plantte, wiedde, en werkte me een slag in de rondte. Het fysieke werk gaf me iets om mijn handen mee te vullen en mijn hoofd mee bezig te houden. Maandagochtend was mijn tuin prachtig en had ik twee dagen zonder sigaret overleefd.
De bijwerkingen van Champix waren er, maar milder dan ik had gevreesd. De misselijkheid was de eerste week het ergste, vooral als ik de tablet op een lege maag nam. Ik leerde snel om altijd een boterham te eten voor ik de pil slikte. De dromen waren levendig, soms bizar. Ik droomde een keer dat ik door de Efteling vloog op de rug van een draak. Niet onaangenaam, eerlijk gezegd, maar vreemd. Na twee weken werden de dromen minder intens.
Wat Champix voor mij deed, was de obsessie wegnemen. Bij mijn eerdere stoppogingen dacht ik de hele dag aan sigaretten. Elke minuut, elk uur, was een gevecht. Met Champix was het roken meer een verre herinnering. Ik dacht er nog aan, maar het had geen urgentie meer. Het was als het horen van een lied op de radio dat je ooit mooi vond maar waar je nu onverschillig over bent.
De sociale uitdagingen waren er wel. De eerste borrel met vriendinnen, op een terras aan de Piushaven in Tilburg, was spannend. Drie van de vijf vrouwen aan tafel rookten. De sigaretten gingen rond, en ik zei nee. “Echt?” vroeg mijn vriendin Loes. “Ja, echt,” zei ik. En ze knikte en zei: “Goed zo.” Simpel. Geen drama. Soms is het makkelijker dan je denkt.
Ruben was mijn steun en toeverlaat. Hij nam taken over als ik moe of prikkelbaar was. Hij kookte, bracht de kinderen naar bed, en stuurde me de deur uit voor een wandeling als hij zag dat ik het moeilijk had. En hij vierde de kleine overwinningen: een week rookvrij, een maand, twee maanden. Niet met cadeaus of feestjes, maar met een knuffel en de woorden: “Ik ben trots op je.”
Na twaalf weken stopte ik met Champix. Dat was begin september 2025. De overgang verliep soepel. De trek die terugkwam was mild en handzaam. Ik had in die twaalf weken nieuwe gewoontes opgebouwd. ’s Ochtends een wandeling in het Leijpark in plaats van een sigaret. Na het eten een kopje kruidenthee. Bij stress op het werk vijf minuten ademhalingsoefeningen in de personeelskamer.
Nu is het eind maart 2026, en ik ben ruim negen maanden rookvrij. De langste periode zonder sigaretten buiten mijn zwangerschappen. En dit keer weet ik dat het blijvend is. Want dit keer heb ik niet gestopt vanwege een externe reden die tijdelijk is, zoals een zwangerschap. Ik ben gestopt voor mezelf. Voor mijn gezondheid. Voor mijn gezin. Voor de rest van mijn leven.
De veranderingen zijn overal. Mijn conditie is terug. Ik ben weer begonnen met handbal, twee keer per week, bij mijn oude club. Ik kan een hele wedstrijd spelen zonder naar adem te happen. Mijn huid gloeit weer. Mijn collega’s op het werk zeggen dat ik er tien jaar jonger uitzie, wat overdreven is maar lief. Mijn patienten met longproblemen merken het ook. “Zuster, u ruikt niet meer naar rook,” zei een oudere mevrouw laatst. Ik glimlachte en zei: “Nee, dat klopt.”
Noah rook niet meer naar rook. Niemand zal ooit meer aan zijn jasje snuffelen en die vraag stellen. Dat alleen al is elke moeilijke dag, elke craving, elk ongemak meer dan waard geweest.
Financieel bespaar ik zo’n 270 euro per maand. In negen maanden is dat bijna 2.500 euro. Dat geld gaat naar een weekje Center Parcs met het gezin, naar nieuwe sportkleding, en naar een spaarpotje voor de kinderen.
Aan alle moeders die roken en zich schamen: schaamte is geen motivatie die werkt. Het houdt je juist vast in het patroon. Zoek hulp. Praat met je huisarts. Overweeg Champix of een ander hulpmiddel. En weet dat terugvallen na een zwangerschap niet betekent dat je hebt gefaald. Het betekent dat de verslaving sterk is, en dat je een sterkere aanpak nodig hebt.
Ik ben Annemarie Mulder. Dertien jaar roker. Twee keer teruggevallen. Maar nu, definitief, rookvrij. En mijn kinderen zullen zich hun moeder herinneren als iemand die vocht en won.