Marie Smit uit Den Haag: na 19 jaar gestopt met nicotinekauwgom
Als iemand me vijf jaar geleden had verteld dat ik nu al acht maanden rookvrij zou zijn, had ik diegene vierkant uitgelachen. Met een sigaret in mijn hand, waarschijnlijk. Want roken was zo diep verankerd in mijn leven dat ik het niet meer als een keuze zag. Het was gewoon wie ik was. Marie Smit, 42, Haagse, grafisch ontwerper, moeder van twee, en roker. Dat laatste stond er altijd bij, als een onzichtbaar label dat ik overal meedroeg.
Ik begon met roken op mijn drieentwintigste, relatief laat vergeleken met veel mensen in mijn omgeving. Op de kunstacademie in Den Haag rookte bijna iedereen. Het hoorde bij het beeld: creatieveling met een sigaret en een kop zwarte koffie. Ik trapte er met open ogen in. De eerste sigaret vond ik vies, de tweede ook, maar bij de derde voelde ik het. Die kleine buzz, die ontspanning, dat moment van pauze. En zo begon het.
Negentien jaar lang rookte ik gemiddeld een pakje per dag. Lucky Strike, later overgegaan op Camel omdat ik dacht dat die “lichter” waren. Alsof dat verschil maakt, achteraf gezien. Mijn rookmomenten waren vast: bij de eerste koffie ‘s ochtends, na het wegbrengen van de kinderen naar school, tijdens de lunchpauze op het kantoor waar ik werkte, na het avondeten, en ‘s avonds laat op de bank als de kinderen sliepen.
Dat laatste moment was het meest verslavende. De stilte in huis, een glas wijn, Netflix op de achtergrond, en een sigaret. Het voelde als mijn tijd. Mijn beloning voor een dag vol rennen en regelen. Mijn man David begreep het wel, hij rookte vroeger ook maar was al gestopt voor we trouwden. Maar hij maakte zich zorgen. “Marie, je hoest elke ochtend. Dat is niet normaal.”
Hij had gelijk. Ik hoestte ‘s ochtends als een oude vrouw. Mijn stem was hees, vooral ‘s winters. Mijn huid was grauw. Mijn tandarts maakte zich zorgen over mijn tandvlees. En als ik met de kinderen, Lotte van tien en Finn van acht, naar het park ging, was ik sneller buiten adem dan zij. Dat zegt wat, als je sneller moe bent dan een achtjarige.
Ik had twee keer geprobeerd te stoppen. De eerste keer in 2019, met een e-sigaret. Het probleem was dat ik de e-sigaret de hele dag gebruikte, veel meer dan ik ooit had gerookt, en na een maand rookte ik gewone sigaretten ernaast. Dubbel verslaafd, eigenlijk. De tweede keer in 2022, koude kalkoen, na het lezen van een inspirerend artikel. Ik hield het elf dagen vol. Op dag twaalf was er een werkborrel op het Plein in Den Haag, iedereen stond buiten met een drankje en een sigaret, en ik kon de verleiding niet weerstaan.
Na die tweede mislukking dacht ik: dit is het dan. Ik ben gewoon iemand die rookt. Sommige mensen zijn lang, sommige hebben blauwe ogen, ik rook. Punt. Ik had het geaccepteerd als een onveranderlijk feit.
Wat er veranderde, was Lotte. Mijn dochter. Ze was negen toen ze thuiskwam van school met een werkstuk over gezondheid. Ze moest een poster maken over de gevaren van roken. En ze had er een tekening bij gemaakt van mij. Niet gemeen bedoeld, maar eerlijk, op de manier waarop kinderen eerlijk zijn. “Mama rookt en dat is slecht voor haar longen,” stond erbij in haar kinderhandschrift. Ik huilde die avond in de badkamer, waar niemand me kon horen.
De volgende dag belde ik mijn huisarts. Niet voor een afspraak, maar voor advies per telefoon. De doktersassistente verbond me door met de praktijkverpleegkundige, die gespecialiseerd was in stoppen met roken. Ze was geweldig. Ze vroeg niet waarom ik zo lang had gewacht of waarom eerdere pogingen waren mislukt. Ze vroeg: “Wat wil je proberen?”
We bespraken de opties. Champix was een mogelijkheid, maar ik gebruikte al een antidepressivum en de combinatie was niet ideaal. Pleisters gaven me bij een eerdere poging huidirritatie. Bleef over: nicotinekauwgom. Ik vertelde dat ik het eerder had geprobeerd en de smaak niet lekker vond. De verpleegkundige legde uit dat de techniek belangrijk is: je kauwt het niet als gewone kauwgom, maar gebruikt de “kauw-en-parkeer” methode. Een paar keer kauwen tot je de smaak voelt, dan de kauwgom tegen je wang parkeren, wachten tot de smaak weg is, en weer kauwen. Zo wordt de nicotine langzaam opgenomen via het mondslijmvlies.
Ik begon met Nicorette kauwgom 4 mg, de sterkere variant voor zware rokers. Mijn stopdatum was 1 augustus 2025. Midden in de zomer, wat misschien niet het slimste moment was, want de zomer in Den Haag betekent terrassen, borrelen en lange avonden buiten. Maar Lotte ging naar een zomerkamp en ik had twee weken vrij van werk, dus het was logistiek het beste moment.
De eerste dagen gebruikte ik veel kauwgom. Tien tot twaalf stuks per dag, wat binnen de richtlijn valt. Het was niet lekker, laat me daar eerlijk over zijn. De pepermuntsmaak van Nicorette is intens, en de lichte tinteling in mijn keel was wennen. Maar het werkte. De ergste fysieke trek bleef uit. Ik had geen trillende handen, geen vreselijke hoofdpijn. Wel was ik humeurig en prikkelbaar, maar dat was hanteerbaar.
David was mijn anker. Hij nam de kinderen vaker mee naar buiten zodat ik rust had. Hij kookte ‘s avonds, wat hij normaal bijna nooit deed. En als ik ‘s avonds op de bank zat en verlangde naar die combinatie van wijn en sigaret, schonk hij een kop kruidenthee in en ging naast me zitten. Het klinkt simpel, maar die kleine gebaren maakten het verschil.
De eerste echte test kwam na twee weken, toen Lotte terugkwam van zomerkamp. Het gewone leven begon weer: kinderen naar school, werk, deadlines, huishouden. De stress die normaal mijn rooktrigger was, kwam terug. Maar in plaats van een sigaret pakte ik een kauwgom. En in plaats van naar buiten te gaan om te roken, ging ik naar buiten om vijf minuten te wandelen. Om het blok, meer niet. Maar die vijf minuten frisse lucht waren verrassend effectief.
Na een maand begon ik het aantal kauwgoms te verminderen. Van tien naar acht per dag, toen naar zes. Ik hield bij in een notitieboekje hoeveel ik er gebruikte. De verpleegkundige had gezegd dat afbouwen belangrijk was om niet afhankelijk te worden van de kauwgom zelf. Dat was een reeel risico, en ik nam het serieus.
Het moeilijkste moment in mijn hele stopproces was in oktober, op een vrijdagavond. David en ik waren met vrienden uit eten in Scheveningen. Een visrestaurant aan de boulevard, heerlijk eten, goede wijn, en na het dessert gingen drie van de zes mensen aan tafel naar buiten om te roken. En ik wilde zo graag mee. Niet eens voor de sigaret, maar voor het moment. Het samenzijn, het lachen in de koude avondlucht, dat gevoel van “wij zijn de rebellen die buiten staan.” Ik bleef zitten. Ik bestelde een espresso. En ik kauwde op mijn kauwgom. Het was niet hetzelfde, maar het ging voorbij.
In december schakelde ik over naar de 2 mg kauwgom. Minder nicotine, maar genoeg om de ergste momenten op te vangen. Ik gebruikte er nog drie tot vier per dag, vooral op de lastige momenten: na het eten, bij stress op het werk, ‘s avonds laat. Rond Kerst, altijd een stressvolle periode met familiebezoeken en drukte, had ik een paar moeilijke dagen. Maar ik kwam erdoorheen.
In februari 2026 gebruikte ik mijn laatste kauwgom. Het was op een dinsdag, niets bijzonders. Ik realiseerde me halverwege de dag dat ik er geen meer had genomen en er ook geen nodig had. Dat was het moment waarop ik wist: ik ben vrij.
Nu, eind maart 2026, is het acht maanden geleden dat ik mijn laatste sigaret rookte. De veranderingen zijn niet subtiel. Ze zijn overweldigend. Ik hoest niet meer ‘s ochtends. Mijn stem klinkt helderder. Mijn huid heeft kleur gekregen, en een collega vroeg of ik een nieuwe moisturizer gebruikte. Ik kan met Lotte en Finn rennen in het park zonder na twee minuten te stoppen. Mijn tandarts was bij de laatste controle zichtbaar blij.
En het geld. Laat me het over het geld hebben, want dat is een motivatie die je elke dag voelt. Een pakje Camel kostte me rond de negen euro vijftig. Bij een pakje per dag is dat bijna 300 euro per maand. In acht maanden heb ik meer dan 2.300 euro bespaard. Dat geld is naar een gezinsvakantie naar de Ardennen gegaan, naar nieuwe sportkleding, en naar een spaarpotje voor later.
Maar het allerbelangrijkste: Lotte heeft vorige maand op school een nieuw werkstuk gemaakt. Over haar familie. En er stond bij: “Mijn mama is gestopt met roken en ik ben trots op haar.” Ik heb die zin ingelijst. Hij hangt naast mijn bureau.
Nicotinekauwgom is niet de meest glamoureuze manier om te stoppen. Het is niet spectaculair, niet heroisch. Maar het werkt. Het geeft je de nicotine die je lichaam nodig heeft terwijl je de gewoonte doorbreekt. En dat is uiteindelijk waar het om gaat: de gewoonte. De sigaret na het eten, de sigaret bij stress, de sigaret op het terras. Die momenten moet je opnieuw invullen, en de kauwgom geeft je de ruimte om dat te doen zonder tegelijkertijd te vechten tegen een fysieke afkickreactie.
Ik ben Marie Smit. Negentien jaar roker. Nu rookvrij. En elke dag dat ik niet rook, is een cadeau aan mezelf en aan mijn kinderen.