Guide

Erik de Boer stopte na 27 jaar roken met Zyban

7 min read Updated March 29, 2026

Ik heb zevenentwintig jaar van mijn leven gerookt. Meer dan de helft van mijn bestaan. Als ik dat hardop zeg, klinkt het onwerkelijk, alsof het over iemand anders gaat. Maar het gaat over mij: Erik de Boer, vijftig jaar, Eindhovenaar, ingenieur bij een techbedrijf, vader van drie, en ex-roker. Dat laatste woord gebruik ik bewust: ex-roker. Want ik weiger om mezelf nog te identificeren met sigaretten. Niet na wat het me heeft gekost, en niet na wat het me kostte om ervan af te komen.

Mijn rookcarriere begon op mijn drieentwintigste, in 1998, op de TU Eindhoven. Ik studeerde werktuigbouwkunde, en de studie was zwaar. De druk was enorm, de nachten lang, en roken was wat iedereen deed om de stress te hanteren. Ik begon met shag draaien, want dat was goedkoper, en als student telde elke cent. Later, toen ik ging werken en meer verdiende, schakelde ik over op Marlboro. Het merk deed er niet toe, de verslaving was hetzelfde.

Op mijn ergste rookte ik vijfentwintig sigaretten per dag. Een pakje plus een paar losse van collega’s. Mijn dag was opgebouwd rond rookmomenten. De eerste sigaret bij het koffiezetapparaat. De tweede op weg naar kantoor, in de auto met het raampje op een kier. De derde bij aankomst op het werk, voor ik naar binnen ging. En zo ging het door, het hele dag, tot de laatste sigaret voor het slapen, op het terras achter ons huis in Eindhoven-Noord.

Mijn vrouw Petra heeft er jarenlang over gezwegen. Zij rookte niet en had er een hekel aan, maar ze wist dat zeuren niet hielp. Onze kinderen, Daan van twintig, Sophie van zeventien en Tim van veertien, groeiden op met een rokende vader. Ik rookte nooit in huis, dat was mijn enige regel, maar de geur hing aan mijn kleding, aan mijn handen, aan mijn haar. Tim zei een keer tegen een vriendje: “Mijn vader ruikt altijd naar buiten.” Hij bedoelde het onschuldig, maar het raakte me.

Ik heb in die zevenentwintig jaar vijf keer geprobeerd te stoppen. Vijf keer. Met pleisters, met kauwgom, met koude kalkoen, met een e-sigaret, en een keer met acupunctuur. Geen van alle werkte langer dan een maand. Het patroon was telkens hetzelfde: de eerste twee weken ging het redelijk, daarna kwam er een stressmoment, en ik greep terug naar de sigaret. Het was alsof mijn hersenen een noodknop hadden die automatisch op “roken” stond.

De huisarts had me al eerder verteld over Zyban, maar ik was sceptisch. Een antidepressivum om te stoppen met roken? Dat klonk vreemd. Ik associeerde antidepressiva met iets ernstigers, met psychische problemen, en ik wilde niet het gevoel hebben dat ik “gek” was. Dom, ik weet het. Maar zo dacht ik erover.

Wat me uiteindelijk over de streep trok, was een gesprek met mijn broer Hans. Hans is cardioloog in het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven, en hij had me altijd op mijn kop gegeven over het roken. Maar in juni 2025 vertelde hij me over een patient van hem. Een man van tweeenvijftig, vergelijkbaar met mij, die na dertig jaar roken een hartinfarct had gehad. “Erik,” zei Hans, “ik zie dit elke week. Mannen zoals jij. Fit genoeg, denken ze. Tot het misgaat.” Het was geen dreigement, het was een vaststelling. En het kwam binnen.

De week erna zat ik bij de huisarts, dokter Willems. Ik vertelde hem over mijn eerdere pogingen, over mijn scepsis tegenover Zyban, en over het gesprek met Hans. Dokter Willems was geduldig. “Erik, Zyban is geen antidepressivum in de klassieke zin wanneer het wordt gebruikt bij stoppen met roken. Het werkt op de dopamine- en noradrenalinereceptoren in je hersenen. Het vermindert de trek in nicotine en maakt de ontwenningsverschijnselen draaglijker. Het is een hulpmiddel, net als een pleister of kauwgom, maar dan via een ander mechanisme.”

Hij schreef Zyban voor, met een duidelijk schema. De eerste zes dagen eenmaal daags 150 mg, daarna tweemaal daags 150 mg. De kuur duurde zeven tot negen weken. En belangrijk: ik moest beginnen met Zyban terwijl ik nog rookte, en mijn stopdatum plannen in de tweede week, als het medicijn al in mijn systeem zat.

Ik begon met Zyban op 7 juli 2025. Mijn stopdatum was 18 juli. De eerste dagen merkte ik weinig verschil. Ik rookte nog gewoon mijn pakje per dag. Maar rond dag vijf of zes begon er iets te verschuiven. De sigaretten gaven me minder voldoening. Het was niet dat ik ze vies vond, maar het “aha-moment,” die opluchting die je voelt als de nicotine je hersenen bereikt, was minder sterk. Alsof iemand het volume had teruggedraaid.

Op 18 juli rookte ik mijn laatste sigaret. Het was een vrijdagavond, en ik stond op het terras achter ons huis. Petra zat binnen. Ik keek naar de sigaret in mijn hand en dacht: dit is de laatste. En ik meende het.

De eerste dagen na het stoppen waren anders dan bij mijn eerdere pogingen. Niet makkelijk, laat me dat vooropstellen. De trek was er, vooral in de vertrouwde situaties: bij de koffie, in de auto, na het eten. Maar de intensiteit was anders. Bij koude kalkoen was de trek een muur geweest, ondoordringbaar en overweldigend. Met Zyban was het meer een golf. Hij kwam op, bereikte een piek, en trok weer weg. En de pieken werden elke dag iets lager.

De bijwerkingen waren er. Droge mond, dat was de meest constante. Ik dronk liters water per dag. Slapeloosheid was er ook, vooral de eerste twee weken. Ik lag tot een uur of een wakker, mijn hoofd vol gedachten. Dokter Willems adviseerde om de tweede dosis eerder op de dag te nemen, voor vier uur ‘s middags in plaats van bij het avondeten. Dat hielp. De slapeloosheid werd draaglijk.

Wat me verraste, was het effect op mijn stemming. Niet dat ik me euforisch voelde, maar ik was minder prikkelbaar dan bij eerdere stoppogingen. Normaal gesproken was ik in de eerste twee weken zonder sigaretten een wandelende tijdbom. Nu was ik gespannen maar beheersbaar. Petra merkte het ook. “Dit keer is het anders,” zei ze na een week. “Je bent er nog steeds.”

Het moeilijkste moment kwam op een onverwacht moment. Eind juli, een zomerse zaterdagmiddag, waren we met het gezin op de Strijp-S in Eindhoven. Een foodtruckfestival, live muziek, en overal mensen die genoten van het mooie weer. Ik stond in de rij voor een broodje, en de man voor me stak een sigaret op. De geur raakte me als een mokerslag. Niet de vieze geur die niet-rokers ervaren, maar die warme, verleidelijke geur die rokers kennen. Mijn lichaam schreeuwde. Ik voelde mijn hartslag versnellen, mijn handen werden vochtig. Ik stapte uit de rij, liep naar Petra, en zei: “Ik moet even weg.” Ze pakte mijn hand en we liepen een rondje. Tien minuten later was het over.

Die tien minuten voelden als een uur. Maar ze gingen voorbij. En dat is het belangrijkste wat ik heb geleerd: het gaat altijd voorbij. De trek, de drang, het verlangen. Het komt en het gaat. Je hoeft er alleen maar niet aan toe te geven.

Na zes weken had ik een controleafspraak bij dokter Willems. Alles ging goed. Mijn bloeddruk was gedaald, mijn hartslag was rustiger, en ik had al bijna 1.000 euro bespaard op sigaretten. We besloten de Zyban-kuur met nog drie weken te verlengen, tot in totaal negen weken, omdat de bijwerkingen mild waren en het goed ging.

In de laatste weken van de kuur begon ik te sporten. Niets geks, gewoon twee keer per week naar de sportschool bij ons in de buurt. Petra ging mee. Het werd ons ding, iets wat we samen deden in plaats van apart. Ik op het terras met een sigaret, zij binnen met een boek, dat was het oude patroon. Nu stonden we samen op de loopband, en dat voelde oneindig veel beter.

Na negen weken stopte ik met Zyban. Dat was begin september 2025. De overgang was soepeler dan ik had verwacht. De trek was er nog af en toe, maar het was hanteerbaar. Ik had nieuwe gewoontes opgebouwd: sporten, wandelen, water drinken, diep ademhalen. Die vulden de leegte die de sigaretten hadden achtergelaten.

Nu is het maart 2026, acht maanden na mijn laatste sigaret. De veranderingen in mijn leven zijn diepgaand. Mijn conditie is beter dan in twintig jaar. Ik loop een 10 kilometer hardloopevenement in april, iets wat een jaar geleden ondenkbaar was. Mijn smaak en reuk zijn teruggekomen. Petra’s kookkunsten blijken veel beter dan ik altijd dacht. Mijn huid is gezonder, mijn tanden witter, en Tim zegt niet meer dat ik naar buiten ruik.

Financieel heb ik in acht maanden bijna 2.500 euro bespaard. Dat geld gaat naar de sportschool, naar gezond eten, en naar een familievakantie naar Kroatie deze zomer. Petra zegt dat het de beste investering van ons leven is.

Maar het allerbelangrijkste is het voorbeeld dat ik geef aan mijn kinderen. Daan, die op de universiteit zit, heeft me verteld dat hij nooit zal beginnen met roken. “Niet na wat ik jou heb zien doormaken, papa.” Sophie zegt dat ze trots op me is, en dat zegt een zeventienjarige niet snel. En Tim, die nu veertien is, heeft laatst een opstel geschreven over zijn held. Niet een voetballer, niet een YouTuber. Zijn vader. Omdat hij iets moeilijks heeft gedaan en heeft volgehouden.

Zyban was voor mij het ontbrekende puzzelstukje. Na vijf mislukte pogingen met andere methoden was het dit medicijn dat het verschil maakte. Niet als wondermiddel, want het vereist nog steeds wilskracht en doorzettingsvermogen. Maar als ondersteuning die de kloof overbrugde tussen wat ik wilde en wat ik fysiek aankon.

Mijn boodschap is simpel: geef niet op. Als de ene methode niet werkt, probeer een andere. En als je twijfelt over Zyban, praat met je huisarts. Het kan het verschil maken tussen je zesde mislukte poging en je eerste succesvolle.

Ik ben Erik de Boer. Zevenentwintig jaar roker. Nu vrij. En ik ben niet van plan om ooit terug te gaan.